# Biologie — Hoofdstuk 8 - Je lichaam werkt
Bron: Toets-Mij (Je lichaam werkt)
Vraag 1
Beantwoord de volgende vraag.
Hoe komt een spiercel aan voedingsstoffen? (§8.1)
UITWERKING
Door de voedingsstoffen op te nemen uit bloed dat wordt aangevoerd door het netwerk van bloedvaatjes.
Vraag 2
Beantwoord de volgende vraag.
Je lichaam heeft energie nodig om bijvoorbeeld te kunnen bewegen, groeien en warm te blijven. Het proces waarbij energie vrijkomt, heet verbranding. Dit kun je in een schema opschrijven. Vul het onderstaande schema van de verbranding in. (§8.1)
……1……+ ……2…… = energie + ……3……+ ……4……
UITWERKING
1= glucose, 2 = zuurstof, 3 = water, 4 = koolstofdioxide
Toelichting: Belangrijk is dat glucose en zuurstof aan de linkerkant
van het = teken staan, en koolstofdioxide en water aan de rechterkant van de =. De volgorde waarin je het opschrijft maakt verder niet uit.
Vraag 3
Beantwoord de volgende vraag.
Een endoscoop is een instrument dat bestaat uit een lange dunne slang met aan het eind een lampje en een kleine camera. Met een endoscoop kan een arts verschillende organen van binnen bekijken. In de afbeelding staat bij enkele organen hoe de endoscopie van deze organen genoemd wordt. (§8.1)
Bron afbeelding: Examen VMBO-KB 2017 - I
In de afbeelding zijn delen te zien van drie verschillende orgaanstelsels die met een endoscoop onderzocht kunnen worden. Eén daarvan is het ademhalingsstelsel.
Schrijf de namen van de andere twee orgaanstelsels op en leg uit wat de functies van die orgaanstelsels zijn.
UITWERKING
Verteringsstelsel
= Maakt het voedsel zo klein, dat de voedingsstoffen in het bloed kunnen worden opgenomen.
Uitscheidingsstelsel
= Hierdoor raakt je lichaam afvalstoffen kwijt
Let op: Het ademhalingsstelsel opschrijven en uitleggen is NIET goed, omdat er in de vraag staat dat je de andere twee orgaanstelsels op moet schrijven.
Vraag 4
Beantwoord de volgende vraag.
In de afbeelding is een deel van het ademhalingsstelsel weergegeven. Bij sommige mensen ontstaan problemen met de ademhaling doordat de delen die met letter P zijn aangegeven afsterven. (§8.2)
Bron afbeelding: Examen VMBO-BB 2009 - I
Geef de naam van letter P.
Streep het foute antwoord door.
1. Het bloed dat naar P stroomt is
zuurstofarm/zuurstofrijk.
2. Het bloed dat van P wegstroomt is
zuurstofarm/zuurstofrijk.
Wat betekent
gaswisseling
?
UITWERKING
Longblaasje
1. Zuurstofarm
2. Zuurstofrijk
Het uitwisselen van zuurstof en koolstofdioxide.
Vraag 5
Beantwoord de volgende vraag.
De binnenzijde van de luchtpijp is bedekt met slijmvlies.
Wat is de functie van de trilharen in dit slijmvlies? (§8.2)
Bron afbeelding: Examen VMBO-BB 2004 - II
UITWERKING
Mogelijke antwoorden zijn:
Geven warmte af aan de ingeademde lucht.
Zorgt ervoor dat de ingeademde lucht vochtig wordt.
Stofdeeltjes en ziekteverwekkers blijven er aan plakken.
Vraag 6
Beantwoord de volgende vraag.
In de onderstaande afbeelding zie je een afbeelding van het hart.
Benoem de onderdelen. (§8.3)
Bron afbeelding: Wikipedia -
Ventrikel (hart)
UITWERKING
1 = Rechterboezem, 2 = Linkerboezem, 3 = (Bovenste) holle ader, 4 = Aorta, 5 = Longslagader, 6 = Longader, 9 = Linkerkamer, 10 = Rechterkamer, 11 = (Onderste) holle ader.
Vraag 7
Beantwoord de volgende vraag.
Waar bestaat
bloed
uit?
(§8.3)
UITWERKING
Bloedplasma en bloedcellen
Vraag 8
Beantwoord de volgende vraag.
Wat is de functie van
witte bloedcellen
? (§8.3)
UITWERKING
Die bestrijden ziekteverwekkers die je lichaam binnengedrongen zijn.
Vraag 9
Beantwoord de volgende vraag.
Jason krijgt een nieuwe nier, die verbonden is met het bloedvatenstelsel. In de afbeelding zie je drie typen bloedvaten.
Welk type bloedvat vervoert zuurstofrijk bloed naar Davids nieuwe nier? (§8.4)
Bron afbeelding: Examen VMBO-BB 2015 - I
UITWERKING
A,
dit is namelijk een slagader. Te herkennen aan de dikke, gladde wanden.
Vraag 10
Beantwoord de volgende vraag.
Aders bevatten kleppen. Wat is de functie hiervan?
(§8.4)
UITWERKING
Er zitten kleppen in aders om het bloed de goede kant op te laten stromen. Kleppen kunnen maar naar één kant open.
Vraag 11
Beantwoord de volgende vraag.
Wat is
weefselvloeistof
? (§8.6*)
UITWERKING
Weefselvloeistof is het tussenstation tussen het bloed en de cellen. De stoffen die de cellen nodig hebben, gaan vanuit het bloed via de weefselvloeistof naar de cellen.
Vraag 12
Beantwoord de volgende vraag.
Waar kun je
lymfevaten
aan herkennen? Benoem 3 dingen. (§8.6*)
UITWERKING
1: Er zitten kleppen in
2: De wand is slap
3: De druk is laag
Vraag 13
Beantwoord de volgende vraag.
Je lichaam bestaat uit verschillende orgaanstelsels. Deze orgaanstelsels werken samen zodat jij als mens kunt leven. Leg in je eigen woorden uit hoe het bloedvatenstelsel, het verteringsstelsel en het ademhalingsstelsel samenwerken tijdens het fietsen. (§8.1)
Gebruik de volgende begrippen in je uitleg:
glucose, zuurstof, koolstofdioxide, verbranding, energie, water, longen, bloedvaten, bloed spieren
.
UITWERKING
Glucose
komt in je
bloed
door het
verteringsstelsel
en gaat via je
bloedvaten
naar de
spieren
toe. Met het
ademhalingsstelsel
komt
zuurstof
via je
longen
in je
bloed
en gaat met de
bloedvaten
richting de
spieren
. Door de
verbranding
wordt
glucose
en
zuurstof
verbruikt en komt er
energie
vrij.
Koolstofdioxide
en
water
, dat vrij komt bij de
verbranding
worden via het
bloedvatenstelsel
naar organen gebracht voor de uitscheiding.
Vraag 14
Beantwoord de volgende vraag.
Wat is het verschil tussen de borstademhaling en de buikademhaling? En leg in je eigen woorden uit hoe deze twee samenwerken tijdens het inademen. (§8.2)
UITWERKING
Bij de borstademhaling bewegen de ribben om te ademen.
Bij de buikademhaling beweegt het middenrif om te ademen.
Tijdens de inademing gaan de ribben omhoog en gaat het middenrif naar beneden, waardoor de borstholte groter wordt. Hierdoor worden de longen ook groter en stroomt er lucht in je longen.
Vraag 15
Beantwoord de volgende vraag.
Daisy heeft sikkelcel-anemie. Bij iemand met sikkelcel-anemie bevatten de rode bloedcellen een afwijkende vorm van hemoglobine. Daardoor kunnen deze cellen niet goed functioneren. Door de sikkelcel-anemie is Daisy snel moe bij inspanning.
Leg uit waardoor niet goed functionerende rode bloedcellen vermoeidheid kunnen veroorzaken. (§8.3)
UITWERKING
Door niet goed functionerende rode bloedcellen kan er minder zuurstof vervoerd worden. Hierdoor kan er te weinig verbranding kan plaatsvinden en zal er te weinig energie vrijgemaakt worden.
Vraag 16
Beantwoord de volgende vraag.
Je hart trekt ongeveer 70 keer per minuut samen, dit wordt de hartslag genoemd. Dit gaat in 3 stappen. Leg in je eigen woorden uit hoe de hartslag werkt.
(§8.3)
UITWERKING
De boezems trekken samen: Het bloed wordt vanuit de boezems naar de kamers gepompt waardoor de hartkleppen open zijn. De slagaderkleppen zitten dicht.
De kamers trekken samen: Het bloed wordt vanuit de kamers in de aorta en de longslagader gepompt, waardoor de slagaderkleppen open staan en de hartkleppen dicht zijn.
Hartpauze: De hartspier is ontspannen. De hartkleppen gaan open en de slagaderkleppen gaan dicht. De boezems stromen vol vanuit de holle aders en de longader
Vraag 17
Beantwoord de volgende vraag.
Een verstopte kransslagader kan de oorzaak zijn van een hartaanval, ook wel hartinfarct genoemd. Wat is het gevolg hiervan? Leg je antwoord uit. (§8.3)
UITWERKING
Als een kransslagader verstopt raakt, krijgt je hart geen bloed meer. Zonder bloed komt het hart zuurstof te kort waardoor een deel van het hart af kan sterven.
Vraag 18
Beantwoord de volgende vraag.
Wat is het verschil tussen de grote bloedsomloop en de kleine bloedsomloop? Leg je antwoord uit. (§8.4)
UITWERKING
De kleine bloedsomloop loopt van, hart->longen->hart, waarbij er zuurstofarm bloed het hart verlaat en zuurstofrijk bloed het hart weer in gaat.
De grote bloedsomloop loopt van, hart -> lichaam -> hart, waarbij er zuurstofrijk bloed het hart verlaat en zuurstofarm bloed het hart weer in gaat.
Vraag 19
Beantwoord de volgende vraag.
Wat is het verschil tussen bovendruk en onderdruk? (§8.4)
UITWERKING
De bovendruk is als de kamers samentrekken en het bloed de slagaders in gepompt wordt. De bloeddruk is dan maximaal.
De onderdruk is tijdens de hartpauze. De bloeddruk is dan minimaal.
Vraag 20
Beantwoord de volgende vraag.
Leg in je eigen woorden uit hoe het lymfevatenstelsel in je lichaam ervoor zorgt dat je lichaam gezond en schoon blijft. Gebruik de volgende begrippen in je uitleg;
lymfevatenstelsel, lymfevaten, lymfe, lymfeklieren, ziekteverwekkers, witte bloedcellen.
(§8.6*)
UITWERKING
Het lymfevatenstelsel zorgt ervoor dat ziekteverwekkers en ongewenste stoffen uit het lichaam worden gefilterd. Via de lymfevaten komt weefselvloeistof uit het lichaam als lymfe in de lymfeklieren terecht. Lymfeklieren bevatten veel witte bloedcellen die ziekteverwekkers bestrijden.
Vraag 21
Beantwoord de volgende vraag.
Mensen met astma kunnen soms moeilijk ademhalen: zij worden kortademig, ademen ‘piepend’ of moeten hoesten. Dit komt doordat hun luchtwegen snel geprikkeld raken door allerlei stoffen. De één krijgt bijvoorbeeld problemen door huisstofmijt, de ander kan niet tegen huisdieren of pollen. Vaak ontstaan er klachten door niet- allergene prikkels zoals sigarettenrook, parfum en mist. De neus- en keelholte worden de bovenste luchtwegen genoemd. Bij astma gaat het om een ontsteking in de lagere luchtwegen: de longen. (§8.2)
Bij zo’n ontsteking treden de volgende reacties in de lagere luchtwegen op.
− De slijmvliezen aan de binnenkant van de luchtwegen zwellen op.
− De slijmvliezen produceren meer slijm en vocht dan normaal.
− De spiertjes om de luchtwegen trekken samen en raken verkrampt.
Welke gevolgen zullen de bovenstaande reacties opleveren? Leg in je eigen woorden uit.
De afbeelding hieronder geeft de luchtwegen van de mens schematisch weer.
In welk gedeelte van de luchtwegen P, Q, R of S spelen de reacties die tot astma klachten leiden zich voornamelijk af? Leg je antwoord uit.
Bron afbeelding: Examen HAVO - 2010 - II
De doorgang in de luchtwegen wordt bij een astma-aanval belemmerd. Hierdoor kost het meer moeite om dezelfde hoeveelheid lucht binnen te halen.Leg uit welke twee spiergroepen die bij een astma-aanval meer energie gaan verbruiken om voldoende te kunnen ventileren.
UITWERKING
Mogelijke antwoorden zijn:
Doordat de slijmvliezen opzwellen, zal de doorgang voor de lucht kleiner worden, wat de ademhaling moeilijker maakt.
Omdat er te weinig lucht in longen komt wordt de lucht wordt niet genoeg ververst, wat leidt tot benauwdheid en zuurstoftekort.
Q, astma gaat om een ontsteking in de lagere luchtwegen, de longen. De slijmvliezen zwellen hier op en produceren meer slijm en vocht.
P is de luchtpijp, wat bij de bovenste luchtwegen behoort. R zijn de longblaasjes, waar geen slijmvlies is. S zijn de haarvaten, waarvan in de tekst niet benoemd wordt dat astma hier invloed op heeft.
De middenrifspieren en de tussenribspieren zullen meer energie verbruiken. Omdat er een tekort is aan lucht zullen de borstademhaling en buikademhaling harder moeten werken, waardoor de spieren die daarbij horen ook harder moeten gaan werken.
Vraag 22
Beantwoord de volgende vraag.
Veel kinderen met het syndroom van Down worden geboren met een hartafwijking. Één van deze afwijkingen is een opening in de wand tussen de linker- en de rechterkamer van het hart (zie de afbeelding). Als de kamers van een hart met zo’n afwijking samentrekken, stroomt er bloed van de linkerkamer naar de rechterkamer, maar niet andersom. Dit is in de afbeelding met een pijl aangegeven.
Bron afbeelding: Examen VMBO-GL/TL 2015 - I
Leg uit waardoor er dan wel bloed van de linkerkamer naar de rechterkamer stroomt, maar niet andersom. (§8.3)
UITWERKING
De linkerkamer heeft een sterkere en dikkere spierwand (en dus meer kracht) dan de rechterkamer, waardoor er een grotere druk ontstaat als het hart pompt. Dit komt omdat het bloed vanuit de linkerkamer met een hoge druk richting het hele lijf moet.
Vraag 23
Beantwoord de volgende vraag.
Er bestaat een afwijking aan de bloedvaten waarbij slagaders en aders direct met elkaar zijn verbonden (zie de afbeelding). Deze afwijking kan op verschillende plaatsen in het lichaam voorkomen.
(§8.4)
Bron afbeelding: Examen VMBO-GT 2016 - II
Bij deze afwijking ontbreken de bloedvaten die in de afbeelding met de letter P zijn aangegeven.
Hoe heten deze bloedvaten?
Op plaatsen met deze afwijking kunnen de cellen rondom de bloedvaten niet goed functioneren.
Leg uit waardoor die cellen niet goed kunnen functioneren.
Als gevolg van deze afwijking is de bloeddruk in de afvoerende ader bijna even hoog als in de slagader. Die bloeddruk is voor de wand van een slagader geen probleem, maar de wand van een ader kan door de verhoogde bloeddruk beschadigd raken.
Leg uit waardoor de wand van een ader wél beschadigd kan raken door zo’n verhoogde bloeddruk.
UITWERKING
Haarvaten
De aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen uit het bloed en de afvoer van koolstofdioxide en afvalstoffen naar het bloed wordt beperkt.
De wand van een ader minder elastisch, minder gespierd, minder stevig, dunner dan die van een slagader.
Vraag 24
Beantwoord de volgende vraag.
In de 14e eeuw is ongeveer een derde van de Europeanen tijdens een epidemie aan de Zwarte Dood gestorven. De ziekteverwekker is Yersinia pestis, een bacterie die wordt overgedragen van knaagdieren, via vlooien, op mensen. Symptomen in de eerste dagen na besmetting zijn rillerigheid en koorts. Als de infectie zich uitbreidt naar de lymfeklieren, zwellen deze op. Daarom wordt de ziekte ook wel builenpest genoemd. Indien de bacterie uit de lymfeklieren ontsnapt, kunnen organen zoals de longen worden aangetast of kan de bloedbaan geïnfecteerd raken.
Wat gebeurt er waardoor de lymfeklieren opzwellen? En wat gebeurt er na het opzwellen van de lymfeklieren? Leg je antwoord uit.
(§8.6*)
UITWERKING
Omdat de infectie zich uitbreidt betekent dit dat er steeds meer ziekteverwekkers in het lichaam zitten en dat dit opgeruimd moet worden. Als de witte bloedcellen die vele ziekteverwekkers moeten bestrijden, kan de lymfeklier opzwellen . Dit komt doordat de witte bloedcellen met de ziekteverwekkers zich daar verzamelen totdat alles “opgeruimd” is. Als alles opgeruimd zullen de lymfeklieren weer kleiner worden.
Bron tekst: Examen HAVO 2016 - II