# Geschiedenis — Hoofdstuk 2 - Ontdekking en verovering
Bron: Toets-Mij (Ontdekking en verovering)
Vraag 1
Beantwoord de volgende vraag.
Noem bij de onderstaande zinnen alleen het juiste begrip.
Machtig land.
(§2.1)
Europese naam voor Zuidoost-Azië.
(§2.2)
Nieuwe Wereld.
(§2.4)
Verspreiding van de Europese cultuur buiten Europa.
(§2.5)
Handel tussen Afrika, Amerika en Europa.
(§2.5)
UITWERKING
Grootmacht
Indië
Amerika
Europeanisering
Driehoekshandel
Leertip!
Achterin het hoofdstuk staan alle begrippen (Blz. 48 & 49). Maak van de begrippen bijvoorbeeld flitskaarten om ze te oefenen
Vraag 2
Beantwoord de volgende vraag.
Zet de onderstaande gebeurtenissen op chronologische volgorde. Begin met de oudste.
(§2.1 t/m §2.5)
Cortéz ontmoet Montezuma
Portugezen beginnen met handel in India.
Karel V wordt koning van Spanje.
Columbus ontdekt Amerika.
Portugezen bouwen Elmina.
UITWERKING
Werkwijze:
Als je het lastig vindt om een chronologische vraag te maken. Probeer dan de eerste en laatste gebeurtenis alvast te noteren. Zo heb je dan maar een drietal gebeurtenissen te verdelen tussen de eerste en laatste. Dit geeft wat meer overzicht.
De juiste volgorde is: E - B - D - C - A
Toelichting:
E. Portugezen bouwen Elmina. (1482)
B. Portugezen beginnen met handel in India. (1489)
D. Columbus ontdekt Amerika. (1492)
C. Karel V wordt koning van Spanje. (1516)
A. Cortéz ontmoet Montezuma (1519)
Leertip!
Achterin het hoofdstuk staan veel belangrijke gebeurtenissen op volgorde van tijd (Blz. 48 & 49). Neem dit goed door!
Vraag 3
Beantwoord de volgende vraag.
Vraag drie gaat over de twee wereldrijken in Europa uit de zestiende eeuw (§2.1).
Benoem de twee wereldrijken in Europa uit de zestiende eeuw.
Benoem hoe de twee wereldrijken van elkaar verschillen als je kijkt naar hoe zij omgingen met verschillende godsdiensten.
Benoem waarom een wereldrijk ervoor zorgt dat de handel op de Middellandse Zee en Zwarte Zee achteruit ging voor Europa.
UITWERKING
De twee wereldrijken in Europa uit de zestiende eeuw waren het Spaanse Rijk en het Ottomaanse Rijk.
De Ottomanen en hadden als staatsgodsdienst de islam. Christenen en joden moesten de islamitische heerschappij erkennen en meer belasting betalen. Verder mochten zij leven volgens hun eigen regels. De Spanjaarden daarentegen vervolgden anders denken echter, zoals joden, moslims en protestanten.
Het Ottomaanse Rijk zorgt ervoor dat de zeehandel achteruit gaat omdat de Ottomanen veel handelsposten in de kustgebieden van de Zwarte en Middellandse Zee veroveren. In de nieuwe Ottomaanse handelssteden moesten de Italianen meer betalen voor de oosterse koopwaar.
Vraag 4
Beantwoord de volgende vraag.
Noteer of onderstaande zinnen juist of onjuist zijn. (§2.2)
Vanaf de 16e eeuw konden Europeanen minder goed handel drijven met Azië via de Middellandse Zee. Zij gingen daardoor op zoek naar alternatieve handelsroutes.
Vasco da Gama ontdekte de route naar India via de zee.
De Portugezen begonnen hun ontdekkingsreizen door de kust van Europa te verkennen.
De Portugezen konden door het gebruik van geweld en intimidatie de concurrentie grotendeels verjagen.
UITWERKING
onjuist
Dit vond plaats tijdens de 15e eeuw.
juist
onjuist
De Portugezen gingen de kust van Afrika verkennen.
juist
Vraag 5
Beantwoord de volgende vraag.
Deze vraag gaat over de reis van Columbus (§2.2).
Leg uit waarom de reis van Columbus risicovoller was dan de reizen van de Portugezen.
Leg uit wat het doel was van de reis.
Leg uit waarom Columbus de inheemse bevolking van Indianen noemt.
Noem de naam van het verdrag waarbij Noord- tot Zuid-Amerika verdeeld wordt door de Portugezen en Spanjaarden.
UITWERKING
De reis van Columbus was risicovoller dan de reizen van de Portugezen omdat Columbus naar het westen vaarde over de Atlantische Oceaan. Hierbij had hij geen land in zicht en kon hij dus verdwalen. De Portugezen vaarde vooral langs de kust van Afrika en hielden het land in zicht. Dit was minder risicovol dan de reis van Columbus, die geen land in zicht had.
Het doel van de reis was om een westelijke route te vinden naar Azië.
Columbus noemt de inheemse bevolking Indianen omdat Columbus denkt in India te zijn aangekomen.
Verdrag van Tordesillas.
Vraag 6
Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit wat de oorzaak was voor de ontdekkingsreizen van de Nederlanden en waarom de reis van Cornelis de Houtman succesvol was
(
§2.2).
UITWERKING
De Nederlanden gingen op ontdekkingsreis omdat de handel met Lissabon in 1580 verboden werd. Filips II werd namelijk koning van Portugal. Hierdoor konden de Nederlanden niet aan Aziatische producten komen. De reis van Cornelis de Houtman was succesvol omdat hij zijn doel bereikte, Indonesië.
Vraag 7
Beantwoord de volgende vraag.
Toen Columbus in 1492 in Amerika aankwam, waren er daar meerdere volken gevestigd.
Drie bekende rijken waren de Azteken, Maya’s en de Inca’s. Noteer bij welk rijk onderstaande zinnen past (§2.3).
Doe het als volgt:
Azteken: noteer letters…
Maya’s: noteer letters…
Inca’s: noteer letters…
Deze beschaving heeft gewoond in Mexico
Deze beschaving heeft gewoond rond het huidige Peru
Deze beschaving leefde verspreid over verschillende stadstaten.
Deze beschaving ging rond 900 n.C. plotseling ten onder.
De koning van deze beschaving werd gezien als de afstammeling van de zonnegod.
De keizer van deze beschaving regeerde vanuit de hoofdstad Tenochtitlan.
UITWERKING
Azteken: A - F
Maya’s: C - D
Inca’s: B - E
Vraag 8
Beantwoord de volgende vraag.
Deze vraag gaat over de conquistadores (§2.4).
Noem twee redenen waarom de conquistadores naar de Nieuwe Wereld vertrokken.
Noem twee bekende conquistadores en vervolgens met welke twee rijken zij in de Nieuwe Wereld in conflict kwamen.
Leg uit, met twee argumenten, waarom de conquistadores succesvol waren in hun veroveringen.
UITWERKING
De conquistadores trokken naar de Nieuwe Wereld omdat zij op zoek waren naar rijkdom, roem en macht.
Twee bekende conquistadores zijn Hernán Cortés en Pizarro. Cortés kwam in conflict met de Azteken en Pizarro met de Inca’s.
De conquistadores waren succesvol in hun veroveringen in Amerika omdat zij;
Betere wapens en oorlogstechnieken hadden dan de Indianen, zoals ijzeren zwaarden, harnassen, vuurwapens en paarden.
Bondgenootschappen sloten met indiaanse volkeren om andere indiaanse volkeren te overwinnen.
De conquistadores brachten ziektes mee die voor de Indianen onbekend waren. Dit zorgde voor een groot aantal sterfgevallen.
Vraag 9
Beantwoord de volgende vraag.
Noteer of onderstaande zinnen juist of onjuist zijn (§2.5).
Doe het als volgt:
Juist … (letters)
Onjuist …. (letters)
Afrikaanse vorsten bezaten slaven om voor hen te werken.
De Driehoekshandel was een handel tussen Amerika, Azië en Europa.
Filips II heeft de slavernij voor de indianen afgeschaft..
De handel in slaven over de Atlantische Oceaan wordt de tans-Atlantische slavenhandel genoemd..
De winst van de driehoekshandel kwam terecht in Afrika.
De Spanjaarden bouwden het fort El Mina voor de handel in slaven.
UITWERKING
Juist: A - D -
Onjuist B - C - E - F
B. De driehoekshandel was tussen Europa, Afrika en Amerika.
C. Onjuist, dit deed Karel V.
E. Dit kwam terecht in Europa.
F. Dit hebben de Portugezen gedaan.
Vraag 10
Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit op welke twee manieren de Spanjaarden veel geld verdienen aan hun koloniën. (§2.5)
UITWERKING
De Spanjaarden verdienden veel geld aan hun koloniën door:
De grote zilvervoorraden die zij vonden. Daarnaast lieten de Spanjaarden mijnen uitgraven waar ook zilver werd gewonnen.
De plantages. Dit zijn grote landbouwbedrijven waar één gewas werd verbouwd dat in heel Europa werd verkocht.
De Spanjaarden maakten gebruik van gedwongen arbeid. Eerst onder de Indianen en later onder tot slaafgemaakten uit Afrika. Dit zorgde ervoor dat de Europeanen weinig kosten hadden aan arbeid en dus veel geld konden verdienen aan de koloniën.
Vraag 11
Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 1.
(§2.2)
Leg uit waarom bron 1 goed past bij
reconquista.
Leg eerst uit wat het betekent en daarna met een bronverwijzing waarom de bron goed bij
reconquista
past.
Bron 1: Veroveringen door de Spanjaarden op de moslims
Bron
Wikipedia
UITWERKING
De reconquista is de herovering van het Iberisch schiereiland op de moslims, door de christenen. Op de bron zie je de herovering van het Iberische schiereiland dat voor 914 begon en voltooid is in 1492. De christenen veroveren vanaf 914 tot 1492 steeds meer gebieden op de moslims die wonen op het Iberisch schiereiland.
Vraag 12
Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 2
(§2.2).
Leg uit, met een verwijzing naar bron 2, waarom de specerijen uit China en Indië zo duur waren als zij Europa bereikten. Gebruik in je antwoord het woord
handelaren
.
Bron 2: Een belangrijke handelsroute. Aan de rechterkant begint de route.
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
De specerijen waren erg duur omdat zij Europa bereikten via de handelsroute die in het oosten, China en Indië begon. Dit kan je zien op bron 1. Deze route werd afgelegd door handelaren. De handelaren lopen steeds een deel van de route. Zodra de handelaar bij de bestemming is, verkopen zij de specerijen door aan de volgende handelaar. Bij iedere transactie maakt de verkopende handelaar winst. Zo worden de specerijen steeds duurder en zijn zij erg duur zodra ze Europa bereiken.
Vraag 13
Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 3.
(§2.3)
Je ziet op de bron Machu Picchu. De Machu Picchu lag in het Incarijk.
Wat is de naam van de Inca-keizer die Pizarro ontmoette in 1532 en wat is er met hem gebeurd na die ontmoeting?
Bron 3: De Machu Picchu
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Pizarro ontmoette Inca-keizer Atahualpa in 1532. Hij werd gevangen genomen toen hij weigerde zich te onderwerpen aan de Spaanse koning en zich tot het christendom te bekeren. De Inca's verzamelden goud en zilver om hun keizer vrij te krijgen. Na het ontvangen van een kamer vol goud en zilver, liet Pizarro hem alsnog wurgen.
Vraag 14
Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 4
(§2.4).
Uit dit verslag blijken politieke, godsdienstige en economische motieven van deze ontdekkingsreizigers. Noem ieder motief en leg ieder motief uit met een voorbeeld uit de bron.
Bron 4: De Portugese ontdekkingsreiziger Pêro Vaz de Caminha schrijft, na zijn aankomst in het tegenwoordige Brazilië op 23 april 1500, in een brief aan de Portugese koning Manuel I:
Dinsdagochtend gingen we weer aan land om meer brandhout en water te halen. Er waren weer elegant beschilderde inboorlingen. Cabral (de leider van de expeditie) beval ons dat wij rechtstreeks naar het kruis dat tegen de boom vlak bij de rivier stond, moesten gaan, dat wij moesten knielen en het moesten kussen, zodat de inboorlingen konden zien hoeveel respect wij ervoor hadden. (…)
Ze werken niet, telen geen vee, er is hier geen koe, geen os, geen geit noch enig ander dier dat gewend is aan de levenswijze van de mens. Ze eten slechts knollen die hier overvloedig groeien, en de zaden en vruchten die de bodem en de bomen zelf voortbrengen. (…)
Vandaag, vrijdag 1 mei, gingen we met onze vlag aan land. We begaven ons naar de zuidkant van de rivier, waar de plek ons beter leek om het kruis met de wapenschilden en de vaandels van Zijne Majesteit op te stellen. Vervolgens droeg pater Enrique de mis op. De Indianen die daar waren gingen bij ons zitten of knielen, zoals ook wij deden. (…)
Nicolau Coelho had tinnen kruisen meegebracht, die hij vervolgens stuk voor stuk aan hen uitdeelde. (…)
Dit land dat wij tot de zuidelijke punt hebben bezocht en waarvan we de noordelijke punt vanaf ons schip kunnen zien, moet zo groot zijn dat het een kustlijn van 60 of 65 zeemijlen moet hebben. Het binnenland leek zeer groot. Tot op heden zijn we er niet achter gekomen of er goud of zilver is, of enig ander metaal. Dit land is ongerept en als men het wil benutten, kan men er alles laten groeien, dankzij de zoete wateren die het heeft. Op deze wijze, mijnheer, bericht ik Zijne Majesteit wat ik in dit land heb gezien.
Bron: Cito
UITWERKING
Als politiek motief: De ontdekkingsreizigers willen voor (de koning van) Portugal nieuw land in bezit nemen / een claim leggen op het land, wat blijkt uit het planten van een kruis met de wapenschilden en de vaandels van de koning / met de vlag aan land gaan
Als godsdienstig motief: • De ontdekkingsreizigers willen het christelijk geloof verbreiden, wat blijkt uit het opdragen van de mis samen met de Indianen / het meebrengen/uitdelen van tinnen kruisjes
Als economisch motief: De ontdekkingreizigers zijn op zoek naar economisch gewin, wat blijkt uit hun onderzoek of het land geschikt is voor landbouw / of er goud, zilver of andere metalen voorkomen
Vraag 15
Beantwoord de volgende vraag.
Lees bron 5.
Leg uit bij welk onderdeel van de
europeanisering
bron 5 goed past. Leg eerst het begrip uit en daarna met een bronverwijzing bij welk deel van europeanisering de bron goed past.
Bron 5
Cuauhtli staarde naar de kerk die ooit een tempel voor Huitzilopochtli was. De piramide was verdwenen, vervangen door een kruis. Binnen rook het naar wierook. Mensen knielden voor een gekruisigde man. Een priester glimlachte. "Wil je over Christus horen?" Cuauhtli zweeg. De muren droegen nog Azteekse stenen, verborgen onder wit kalk. Dit was geen nieuwe tempel, slechts een nieuwe laag van de oude tempel.
Bron: Door de auteur zelf geschreven
UITWERKING
Europeanisering is de verspreiding van de Europese cultuur buiten Europa. De bron past goed bij de verspreiding van het christendom en de daarmee gepaarde vernieling van voormalige tempels. Ee leest namelijk dat een voormalige tempel gebruikt werd als een christelijke kerk.