# Aardrijkskunde — Hoofdstuk 1 - Landschappen
Bron: Toets-Mij (Landschappen)
Vraag 1
Beantwoord de volgende vraag.
Geef de betekenis van de onderstaande begrippen:
Stollingsgesteente (§1)
Mechanische verwering (§2)
Erosie (§3)
Delta (§4)
Stroomgebied (§5)
Veen (§6)
UITWERKING
Gesteente dat ontstaat wanneer vloeibaar magma stolt.
Verwering waarbij gesteente verbrokkelt, bijvoorbeeld door werking van planten en bomen, zonder dat de samenstelling verandert.
De uitschurende werking van stromend water, wind of ijs.
Nieuw land in zee dat ontstaat door sedimentatie op de plek waar een rivier in zee uitmondt.
Het gebied dat afwatert op een rivier en haar zijrivieren.
Grondsoort die ontstaat door de opeenhoping van dode plantenresten.
Vraag 2
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk onderstaande foto.
(§1)
Dit type gesteente is ontstaan door het samenpersen van sedimenten.
Gaat het hier om stollings- of sedimentgesteente?
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Dit gesteente (zandsteen) behoort tot de groep sedimentgesteenten.
Toelichting:
Sedimentgesteente (zoals zandsteen in de afbeelding) wordt gevormd door het samenpersen van lagen sediment.
Deze lagen zijn terug te zien in de afbeelding.
Vraag 3
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk onderstaande foto van een gebergte.
(§1)
Het gebied bestaat uit afgeronde toppen en hellingen die duidelijk hoger liggen dan het laagland. Bossen groeien tot hoog op de hellingen en er ligt geen eeuwige sneeuw op de toppen. Het hoogste punt in dit gebied ligt ruim boven de 500 meter, maar blijft onder de 1500 meter.
Om wat voor type gebergte gaat het hier?
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Het gaat hier om een middelgebergte, omdat de hoogte tussen de 500 en 1500 meter ligt.
Toelichting
De afgeronde toppen, beboste hellingen en het ontbreken van eeuwige sneeuw zijn ook kenmerkend voor een middelgebergte.
Vraag 4
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk onderstaande foto.
(§2)
Welk type verwering is zichtbaar op deze foto?
Onder welke omstandigheden ontstaat deze vorm van verwering?
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Chemische verwering
Chemische verwering ontstaat in gebieden met veel neerslag / vochtige omstandigheden, in de aanwezigheid van water en zuurstof.
Toelichting:
Bij chemische verwering verandert het gesteente van samenstelling, bij mechanische verwering niet.
Je ziet dat dit chemisch verwering is, omdat er als het ware happen uit de steen zijn.
Bij mechanische verwering breken grote stukken rots in kleinere stukken onder invloed van bevroren water of boomwortels.
Vraag 5
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk onderstaande afbeelding van kalksteen in Zuid-Limburg.
(§2)
Beredeneer waarom kalksteen in Zuid-Limburg voorkomt.
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Vroeger (70 miljoen jaar geleden) was het gebied dat nu Zuid-Limburg wordt genoemd een ondiepe zee. Het klimaat was tropisch, wat de vorming van kalksteen bevorderde. Daarom vinden we vandaag de dag kalksteen in Zuid-Limburg.
Vraag 6
Beantwoord de volgende vraag.
Lees onderstaande omschrijvingen van drie verschillende soorten sediment.
(§3)
Geef per omschrijving aan of het gaat om zand, grind of klei.
Dit sediment bestaat uit relatief grote, afgeronde korrels die gemakkelijk zichtbaar zijn. Water kan er snel doorheen stromen.
Dit sediment bestaat uit heel fijne deeltjes die bijna als poeder aanvoelen. Water zakt er nauwelijks doorheen en het blijft vaak plakkerig als het nat is.
Dit sediment bestaat uit middelgrote, afgeronde tot hoekige korrels. Het laat water redelijk goed door en voelt grof aan in vergelijking met het fijnste sediment.
UITWERKING
Grind
Klei
Zand
Toelichting:
Grind: Grote korrels, goed zichtbaar, water stroomt snel door.
Klei: Zeer fijne deeltjes, plakkerig, water zakt nauwelijks door.
Zand: Middelgrote korrels, grof, laat water redelijk goed door.
Vraag 7
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk de onderstaande foto die genomen is van een rivier in de bovenloop.
(§3)
Leg in verschillende stappen uit waarom in de bovenloop van een rivier vaak een V-vormig dal ontstaat.
Gebruik kennis over de werking van een rivier en de processen die het landschap vormen.
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
In de bovenloop is de helling steil en stroomt de rivier snel, waardoor veel erosie plaatsvindt.
Het rivierwater snijdt in de ondergrond en neemt materiaal mee, waardoor de rivierbodem wordt verlaagd.
De hellingen langs de rivier worden door verwering en massabeweging langzaam afgebroken, waardoor een V-vorm ontstaat.
Toelichting:
In de bovenloop van de rivier schuurt het water (met meegevoerde sedimenten) over de bodem van de rivier. Hierdoor zal de rivier langzaam steeds dieper worden.
Vraag 8
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk hieronder drie foto’s en lees de omschrijvingen.
(§3 en §4)
Koppel de juiste omschrijvingen (ABC) aan de juiste foto (1-2-3).
Het riviertraject dat gekenmerkt wordt door een hoge stroomsnelheid, verticale erosie en een V-vormig dal. Hier overheersen erosieprocessen boven sedimentatie en zijn watervallen of stroomversnellingen vaak aanwezig.
Het riviertraject waarin de stroomsnelheid gering is en sedimentatie overheerst. De rivier heeft een breed dal met uiterwaarden, meanders en soms een delta, waar veel materiaal wordt afgezet.
Het riviertraject waar de stroomsnelheid afneemt en erosie en sedimentatie elkaar in evenwicht houden. Het dal wordt breder, de rivier gaat meanderen en zijrivieren voegen zich samen met de hoofdstroom.
Foto 1
Bron:
Wikipedia
Foto 2
Bron:
Wikipedia
Foto 3
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Foto 3 (bovenloop)
Foto 1 (benedenloop)
Foto 2 (middenloop)
Toelichting:
3: In de bovenloop (berggedeelte) overheerst verticale erosie: de rivier snijdt zich diep in, en vormt een V-vormig dal. Het water stroomt snel, waardoor er nauwelijks sedimentatie plaatsvindt.
1: In de benedenloop (richting monding) vertraagt de rivier verder. Er treedt vooral sedimentatie op, waardoor uiterwaarden, meanders en soms een delta gevormd worden.
2: In de middenloop is de stroomsnelheid minder groot. Hier zie je meanders ontstaan en zowel erosie als sedimentatie treden op. Het dal is breder en vlakker dan in de bovenloop.
Vraag 9
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk onderstaande reliëfkaart van Nederland.
(
§5)
Hoe zijn de heuvels in het midden en noorden van Nederland ontstaan?
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
De heuvels in het midden en noorden van Nederland zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd. Het landijs schoof toen vanuit Scandinavië ons land binnen en werkte als een soort bulldozer: het duwde zand, grind en klei op tot heuvelruggen. Zo ontstonden de stuwwallen.
Toelichting:
Tijdens die ijstijd kwamen enorme gletsjers vanuit Scandinavië richting Nederland.
Deze gletsjers zelf bereikten Nederland niet helemaal, maar de ijzige tongen en vooral het landijs duwden zand, grind en klei dat er al lag voor zich uit.
Dat opgestuwde materiaal werd op een hoop geduwd, net als wanneer je sneeuw voor je uitschuift.
Zo ontstonden langgerekte ruggen in het landschap: stuwwallen.
Vraag 10
Beantwoord de volgende vraag.
In Hoog-Nederland kom je vooral zandgronden tegen.
Welk nadeel hebben de zandgronden voor de landbouw in Hoog-Nederland?
(
§5)
UITWERKING
Zandgronden zijn erg onvruchtbaar, dit is ongunstig voor landbouw.
Toelichting:
Om zandgronden geschikt te maken voor akkerbouw heb je mest nodig.
Vraag 11
Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk onderstaande twee foto’s.
(§6)
Er zijn verschillende maatregelen in Nederland genomen om dit gebied tegen het water te beschermen.
Welke maatregel is zichtbaar in foto A en foto B? Geef ook aan hoe deze maatregelen Nederland helpen beschermen tegen het water.
Foto A
Bron:
Wikipedia
F
oto B
Bron:
Wikipedia
UITWERKING
Foto A: Terp. Dit is een kunstmatige woonheuvel, vroeger aangelegd zodat mensen en hun huizen veilig waren bij overstromingen.
Foto B: Gemaal. Dit is een pompinstallatie die water uit polders wegpompt zodat het land droog blijft.
Toelichting:
Terpen hielpen vroeger bewoners hoog en droog te wonen bij overstromingen.
Gemalen zorgen er nu voor dat polders niet vollopen en het land bruikbaar blijft voor wonen en landbouw.