# Biologie — Hoofdstuk 7 - Eten
Bron: Toets-Mij (Eten)

Vraag 1

Beantwoord de volgende vraag.
Voedingsmiddelen bevatten voedingsstoffen. (Paragraaf 1)


a) Waar


b) Niet waar

UITWERKING
a) Waar

Vraag 2

Beantwoord de volgende vraag.
Noem 3 mogelijke functies van voedingsstoffen. (Paragraaf 1)

UITWERKING
Brandstof, bouwstof, reservestof, beschermende stof. (3 van deze functies moeten genoemd zijn) (Paragraaf 1)

Vraag 3

Beantwoord de volgende vraag.
Je eetgewoonten hangen af van een aantal factoren, noem er 3. (Paragraaf 1)

UITWERKING
Je voorkeur, het land waar je woont of vandaan komt, en je geloof

Vraag 4

Beantwoord de volgende vraag.
De schijf van 5 bestaat uit vijf vakken met voedingsmiddelen die je dagelijks nodig hebt. Wat betekent het als een vak groter is? (Paragraaf 1)

UITWERKING
Dat je daar meer nodig van hebt op een dag.

Vraag 5

Beantwoord de volgende vraag.
Waardoor ontstaat voedselbederf? (Paragraaf 1)

UITWERKING
Door bacteriën en schimmels die groeien in het voedsel

Vraag 6

Beantwoord de volgende vraag.
Noem 2 manieren waarmee je voedselbederf kunt voorkomen. (Paragraaf 1)

UITWERKING
Verhitten, koelen, conserveermiddelen toevoegen, vacuüm verpakken  (zonder zuurstof), of drogen (2 moeten er genoemd worden)

Vraag 7

Beantwoord de volgende vraag.
Waarmee kun je bepalen of je een gezond gewicht hebt? (Paragraaf 2)

UITWERKING
BMI (Body Mass Index)

Vraag 8

Beantwoord de volgende vraag.
Calcium, natrium, magnesium, en ijzer zijn voorbeelden van: (Paragraaf 3)


a) Vitaminen


b) Vetten


c) Eiwitten


d) Mineralen

UITWERKING
d) MIneralen

Vraag 9

Beantwoord de volgende vraag.
Vertering van voedingsstoffen gebeurt in twee stappen. Zet de volgende stappen in de goede volgorde: a) het omzetten van voedingsstoffen met behulp van verteringssappen, b) het voedsel in kleine stukjes verdelen. (Paragraaf 4)


a) Stap 1= a, Stap 2= b


b) Stap 1= b, Stap 2= a

UITWERKING
b) Stap 1= b, Stap 2= a

Vraag 10

Beantwoord de volgende vraag.
Waar wordt gal gemaakt? (Paragraaf 4)


a) Galblaas


b) Maag 


c) Lever 


d) Mond

UITWERKING
c) Lever

Vraag 11

Beantwoord de volgende vraag.
Sommige jongeren drinken graag energiedrankjes, zoals Monster en Red Bull. Wat zijn de werkzame stoffen in deze drankjes die zorgen voor de energie, voor de ‘’oppeppende’’ werking?  (Paragraaf 1 en 2)
Afbeelding 1
: Red Bull energiedrank


bron: 
https://en.wikipedia.org

UITWERKING
suiker, cafeïne en taurine

Vraag 12

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit waarom het eten van te veel vet gevaarlijk kan zijn voor je gezondheid. (Paragraaf 2)

UITWERKING
Je bloedvaten slibben dicht met cholesterol. Als dit bijvoorbeeld gebeurd in de kransslagaders rond het hart, kan er een hartinfarct ontstaan. Dit komt doordat het hart dan niet voldoende zuurstof krijgt via de kransslagaders.

Vraag 13

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit waarom de eetstoornis Boulimia Nervosa ernstige gevolgen kan hebben voor je gezondheid, ondanks dat deze mensen wel eten. (Paragraaf 3)

UITWERKING
Mensen met boulimia hebben vreetbuien, ze eten dus wel, maar zorgen dat het lichaam het voedsel weer kwijt raakt, voordat het verteerd en opgenomen kan worden. Daardoor ontstaat er toch een tekort aan voedingsstoffen die nodig zijn voor energie, bescherming en groei/herstel.

Vraag 14

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit waarom het vergroten van de oppervlakte van de voedingsstoffen, door te kauwen, zorgt voor een snellere vertering. (Paragraaf 4)

UITWERKING
Door het vergroten van de oppervlakte wordt het voedsel beter bereikbaar voor de enzymen. Enzymen versnellen de afbraak van de voedingsstoffen.

Vraag 15

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit wat gal doet en hoe dat heet. (Paragraaf 4)

UITWERKING
Gal emulgeert vetten. Dat betekent dat gal grote vetdruppel verdeeld in meerdere kleine vetdruppeltjes. Dit zorgt ervoor dat het makkelijker te verteren is door de enzymen.

Vraag 16

Beantwoord de volgende vraag.
Een mars reep bevat 1000 kJ, bereken hoeveel kilocalorieën een mars reep bevat. (Paragraaf 2)

UITWERKING
238 kcal.

Vraag 17

Beantwoord de volgende vraag.
Annemiek is 1,68 meter en haar BMI is 20,1. Bereken haar gewicht. (Paragraaf 2)

UITWERKING
56,7 kilogram 


Toelichting: 20,1 x (1,68 x 1,68)

Vraag 18

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit hoe je door voedsel in te vriezen er voor kunt zorgen dat het langer houdbaar is. (Paragraaf 1)

UITWERKING
In de vriezer is er een temperatuur van ongeveer -20 graden celsius, deze temperatuur is voor bacteriën en schimmels te laag om te kunnen voortplanten.

Vraag 19

Beantwoord de volgende vraag.
De pH-waarde van maagzuur ligt tussen de 1,35 en 3,50. Kijk naar afbeelding 2, en leg uit wat er gebeurt met de vertering van voedsel als de pH-waarde 5 is. (Paragraaf 4)


Afbeelding 2:
 Enzym werking bij pH-waarde.

UITWERKING
In maagzuur werken de enzymen het beste bij een pH-waarde tussen de 1,35 en 3,50


Bij een pH-waarde van 5 werken de enzymen dus niet meer


Dit betekent dat er geen vertering meer plaatsvindt in de maag

Vraag 20

Beantwoord de volgende vraag.
Mensen die last hebben van lactose intolerantie, krijgen vaak buikpijn na het eten van melkproducten, zij kunnen geen lactose verdragen. Melk producten bevatten namelijk lactose. Het enzym Lactase zorgt normaal gesproken de afbraak van lactose. Leg uit waarom iemand die geen lactase aanmaakt, lactose-intolerant is.  (Paragraaf 4)

UITWERKING
Iemand die het enzym lactase niet aanmaakt, is niet in staat om lactose af te breken 


Omdat lactose nu niet meer verteerd kan worden, omdat het enzym mist, krijgt de persoon bijvoorbeeld last van buikpijn.

Vraag 21

Beantwoord de volgende vraag.
Een jongen van 15 jaar, met een actieve levensstijl heeft ongeveer 13020 kJ per dag aan energie nodig. Leg uit wat er gebeurd als hij deze hoeveelheid blijft eten, maar een langere tijd minder actief is. (Paragraaf 2)

UITWERKING
Dat betekent dat hij meer energie eet dan dat hij eigenlijk nodig heeft. 


Dus is er een overschot aan energie


Deze overtollige energie wordt opgeslagen als vet