# Geschiedenis — Hoofdstuk 1 - Renaissance en Opstand
Bron: Toets-Mij (Renaissance en Opstand)

Vraag 1

Beantwoord de volgende vraag.
Geef bij de onderstaande begrippen de juiste omschrijving. 
vroegmoderne tijd 
(§1.1) 
mens- en wereldbeeld 
(§1.2) 
Staten 
(§1.4) 
propaganda 
(§1.5)

UITWERKING
vierde periode (1500-1800)
kijk op het leven van mensen en de wereld om hen heen
bestuur van een gewest
ideeën verspreiden

Vraag 2

Beantwoord de volgende vraag.
Noem bij de onderstaande zinnen alleen het juiste begrip.
De tijd waarin de aarde eenmaal om de zon draait (ruim 365 dagen). 
(§1.1) 
Manier van denken en voelen. 
(§1.2)
Plaats waar gevochten wordt tijdens een oorlog. 
(§1.4)
Hoogste macht in een staat. 
(§1.4)
Lied dat namens een volk wordt gebruikt 
(§1.5)

UITWERKING
zonnejaar
mentaliteit
front
soevereiniteit
volkslied
Leertip!
Achterin het hoofdstuk staan alle begrippen. Maak van de begrippen bijvoorbeeld flitskaarten om ze te oefenen.

Vraag 3

Beantwoord de volgende vraag.
Zet de onderstaande gebeurtenissen op chronologische volgorde. Begin met de oudste. 
(§1.1 t/m §1.5)
Willem van Oranje begint de opstand. 
Filips II volgt zijn vader Karel V op als vorst van de Nederlanden. 
Luther begint de hervorming. 
Stichting van de Republiek. 
De Mona Lisa wordt geschilderd.

UITWERKING
Werkwijze:
Als je het lastig vindt om een chronologische vraag te maken. Probeer dan de eerste en laatste gebeurtenis alvast te noteren. Zo heb je dan maar een drietal gebeurtenissen te verdelen tussen de eerste en laatste. Dit geeft wat meer overzicht.
De juiste volgorde is: E - C - B - A - D
Toelichting:
E. De Mona Lisa wordt geschilderd. - 1506
C. Luther begint de hervorming. - 1517
B. Filips II volgt zijn vader Karel V op als vorst van de Nederlanden. - 1555
A. Willem van Oranje begint de opstand. - 1568
D. Stichting van de Republiek. - 1588
Leertip! 
Achterin het hoofdstuk staan veel belangrijke gebeurtenissen op volgorde van tijd. Neem dit goed door!

Vraag 4

Beantwoord de volgende vraag.
Benoem met twee voorbeelden wat er in de sociale positie van de schilders veranderde omstreeks 1500. (§1.1)

UITWERKING
De sociale positie van schilders veranderde rond 1500. Dit was te zien aan de volgende dingen:
Schilders werden gezien als kunstenaars (mensen die hun creativiteit gebruiken om iets moois te maken).
Sommige schilders werden beroemd.
Schilders zetten hun naam onder hun werk.
Schilders
 maakten zelfportretten.

Vraag 5

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit waarom de 
ondernemers
 niet blij waren met de gilden. (§1.1)

UITWERKING
De ondernemers waren niet blij met de gilden omdat ondernemers zo veel mogelijk geld willen verdienen met de verkoop van hun producten. Dit probeerde de ondernemers te bereiken door zo goedkoop mogelijk te produceren en het tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen. De gilden bepaalden de prijs en de kwaliteit van de producten. Hier waren de ondernemers niet blij mee, dus namen ze personeel op het platteland in dienst, waar de gilderegels niet golden. 
Toelichting:
Hierdoor ontstond er veel nijverheid op het platteland, vooral in Vlaanderen.

Vraag 6

Beantwoord de volgende vraag.
Passen de onderstaande uitspraken beter bij 
memento mori 
of 
carpe diem
? 
 (
§1.2)
Doe het als volgt:
Memento mori: … (noteer letters)
Carpe diem: …. (noteer letters)  
Geniet van elke dag alsof het je laatste is.
Wees matig, want het aardse leven is slechts een voorbereiding op het eeuwige.
De hemel is ons ware thuis, niet in deze wereld.
Vier het leven, het is een geschenk.
Vergeet niet dat je sterfelijk bent.
Laat morgen voor morgen zorgen, leef vandaag.

UITWERKING
Memento mori: B - C - E 
Carpe diem: A - D - F

Vraag 7

Beantwoord de volgende vraag.
Deze vraag gaat over de renaissance en Erasmus 
(
§1.2).
Leg het begrip renaissance uit.
Leg uit waarom Erasmus ervoor koos om een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament te schrijven.
Leg uit waarom het vertalen van de oude Griekse Bijbelteksten goed past bij de renaissance.

UITWERKING
De renaissance was de vernieuwing van de Europese cultuur vanaf omstreeks 1500, met een herboren belangstelling voor de klassieke cultuur (het betekent letterlijk wedergeboorte). 
Erasmus vertaalde het Nieuwe Testament uit het Grieks, omdat dit de oudste overblijfselen waren van het Nieuwe Testament. Volgens Erasmus was de vertaling uit de middeleeuwen niet juist en moest er dus een nieuwe vertaling komen.
Het vertalen van de oude Griekse Bijbelteksten past goed bij de renaissance, omdat deze teksten in de klassieke oudheid zijn geschreven. Door deze teksten te lezen greep Erasmus terug op de klassieke oudheid.

Vraag 8

Beantwoord de volgende vraag.
Leg uit waarom het jaartal 1555 erg belangrijk was voor de protestanten in het Duitse Rijk (§1.3)

UITWERKING
De Reformatie is de splitsing van de kerk in een katholiek en protestants deel. 
In het jaar 1555 werd door Karel V besloten dat de Duitse vorsten zelf mochten bepalen welke godsdienst ze wilden toestaan in hun eigen gebied. Dit was positief voor de protestanten in het Duitse Rijk.

Vraag 9

Beantwoord de volgende vraag.
Deze vraag gaat over de verschillen tussen het katholicisme en het protestantisme. 
Benoem of onderstaande hoort bij katholieken of protestanten. (§1.3)
Deze mensen vonden de ideeën van Luther erg belangrijk.
De paus heeft binnen deze kerk nog steeds een hele belangrijke rol.
Deze kerk is vooral sober ingericht.
Er zijn schilderijen en beelden in deze kerk te vinden.
Binnen deze kerk vinden de mensen de persoonlijke band met God erg belangrijk.

UITWERKING
protestanten
katholieken
protestanten
katholieken
protestanten

Vraag 10

Beantwoord de volgende vraag.
Noteer of onderstaande zinnen juist of onjuist zijn. (§1.4)
In de Staten werden steden, edelen en geestelijken van het gewest vertegenwoordigd.
Voor de contacten met de gewesten benoemde Karel V een hoge edelman als vertegenwoordiger: de landvoogd.
De landvoogd was de vervanger voor Karel V als hij niet aanwezig is in de Nederlanden.
De stadhouder was belangrijker dan de landvoogd.

UITWERKING
Juist
Onjuist. Dit moet stadhouder zijn.
Juist
Onjuist. De landvoogd is hoger dan de stadhouder.

Vraag 11

Beantwoord de volgende vraag.
a. Waarom wordt de Opstand gezien als een gevolg van de Beeldenstorm? (§1.4)
b. Hoe wordt de Opstand ook wel genoemd?

UITWERKING
Een gevolg van de Beeldenstorm was dat Margaretha werd vervangen door Alva, die met een groot leger naar de Nederlanden trok. Alva voerde een schrikbewind in en vele duizenden Nederlanders vluchtten naar Duitsland en Engeland, waaronder Willem van Oranje. Hij viel in 1568 met een leger de Nederlandsen binnen en hiermee begon de Opstand (tegen Spanje).
De Opstand wordt ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd. 
Tip!
Geef antwoord in hele zinnen en herhaal de vraag in je antwoord, zoals bij vraag b. 
Hier scoor je punten mee bij je docent!

Vraag 12

Beantwoord de volgende vraag.
Zet de onderstaande gebeurtenissen op chronologische volgorde. Begin met de oudste. (§1.4)
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstaat.
Willem van Oranje wordt vermoord.
De 
 Tachtigjarige Oorlog 
komt ten einde.
De opstandige gewesten erkennen Filips II niet meer als hun vorst.

UITWERKING
De juiste volgorde is: D - B - A - C
Toelichting:
D. De opstandige gewesten erkennen Filips II niet meer als hun vorst. (1581)
B. Willem van Oranje wordt vermoord. (1584)
A. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ontstaat. (1588) 
C. De 
 Tachtigjarige Oorlog komt ten einde.  (1648)

Vraag 13

Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 1 
(§1.1).
Leg uit waarom bron 1 goed past bij de veranderingen in de schilderkunst omstreeks 1500. Leg je antwoord uit met twee verwijzingen naar bron 1.
Bron 1: 
Een vroeg bewaard gebleven zelfportret van Albrecht Dürer (omstreeks 1500).
Bron: 
Wikipedia

UITWERKING
Bron 1 past goed bij de veranderingen in de schilderkunst omstreeks 1500, omdat:
Op bron 1 zie je een zelfportret. Dit was een van de veranderingen in de schilderkunst.
Op bron 1 zie je dat de maker zijn eigen naam op het schilderij heeft geschreven. Dit past bij de veranderingen in de schilderkunst.

Vraag 14

Beantwoord de volgende vraag.
Bekijk bron 2.
Leg uit, met twee voorbeelden uit de bron, waarom dit schilderij goed past bij de renaissance (§1.2). 
Bron 2: De Atheense School. Op het schilderij zijn onder andere Aristoteles en Plato afgebeeld. Gemaakt door Rafaël, hij staat zelf ook afgebeeld op het schilderij.
Bron:
 
Wikipedia

UITWERKING
Bron 2 past goed bij de renaissance om de volgende redenen:
Je ziet in de bron perspectief (diepte). Dit is een kenmerk van de kunst uit de renaissance.
Daarnaast zie je onder andere de Griekse filosofen Plato en Aristoteles, zij zijn belangrijke figuren uit de oudheid. Er wordt dus aandacht besteed aan personen uit de oudheid.
Op het schilderij zie je beelden, zuilen, koepels en bogen uit de klassieke oudheid.
In de bron lees je dat de schilder zelf ook op het schilderij staat. Tijdens de renaissance liet de maker van een schilderij zich vaak ook afbeelden op het schilderij.

Vraag 15

Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 3 
(§1.3).
Leg uit waarom de bron goed past bij de kritiek van Luther op de katholieke kerk.
Bron 3: De Sint-Pietersbasiliek.
Bron: 
Wikipedia

UITWERKING
Bron 3 past goed bij de kritiek van Luther op de katholieke kerk omdat de basiliek deels gebouwd is door de verkoop van aflaten. Luther had grote kritiek op de verkoop van aflaten door de katholieke kerk.

Vraag 16

Beantwoord de volgende vraag.
Gebruik bron 4 
(§1.4)
Leg uit welke boodschap met deze prent werd verspreid.  Ondersteun je antwoord met een verwijzing naar de bron.
Bron 4: Een Nederlandse gravure met de titel "Houdt op in mijn tuin te wroeten, Spaanse varkens!"
Toelichting: 
Op de omheining staan de namen en wapens van Hollandse steden, op het toegangshek het wapen van Willem van Oranje. Links de zee, met schepen waarop de namen van Zeeuwse steden staan, die zijn bemand door ganzen, een verwijzing naar watergeuzen.
Bron: Cito

UITWERKING
De prent geeft de boodschap weer dat de Nederlanders zich moeten verdedigen tegen de Spanjaarden. 
Dit zie je door de volgende bronelementen: 
Spaanse soldaten zijn als varkens het land aan het verwoesten en de Nederlandse leeuw verdedigt de gewesten. 
De watergeuzen moeten helpen in de strijd tegen de Spanjaarden.